zondag, 26 mei, 2019

  •   +31 180 695 777 (NL) +32 3 297 70 07 (BE) ----------Lasal Latest Version: 0074_3----------
  •   

Johan geeft LASAL tipsDit geld voor alle CPU's die een FPU ( Floating Point Unit) hebben en dat zijn tegenwoordig alle nieuwe CPU's. 

Een REAL en LREAL zijn 4Byte en 8Byte Floating point getallen en worden daarom ook weleens Floats genoemd.
Deze getallen hebben geen vaste coma of punt. vandaar zwevende punt ofwel "Floating Point".
Een REAL kan een getal tussen -3,4x10-38 en 3,4x1038 bevatten waar een LREAL een getal tussen -1.79x10-308 en 1.79x10308 aan kan.

Dit alles volgens de IEEE 754 norm. Mocht je je erin willen verdiepen dan kan dat met de [F1] Helpfunctie van LASAL2. Internet geeft hier ook meer dan genoeg hits op.

Hieronder een paar rekenvoorbeelden

real01

Deze waarden worden gewoon als Float's in de watch vensters weergegeven.
De waarde "-1,26117 x10-044" wordt weergegeven als "1,26117 e-044"

real02Binnen SIGMATEK kan je de LREAL alleen intern in een class gebruiken. Dit is omdat bij LASAL alle Client en Server kanalen 4Byte zijn en geen 8Byte aan kunnen.
Mocht je toch een LREAL waarde schrijven naar of halen uit een andere Class / Object dan kan dat wel door een methode aan te maken met als overdracht variabele van het type LREAL.

real03

Als je met REAL's werkt geniet het aanbeveling om de FPU in te schakelen. Als je LREALS wil gebruiken moet de FPU in geschakeld worden.
Je kan de FPU inschakelen in het project bij Target eigenschappen.

real04